Column 3: Tandarts

In Kathmandu zag ik een tandarts bezig. Gewoon achter een schotje in zijn open werkplaats.
Omdat ik al even met hem aan de praat was en er een soort vertrouwensband ontstaan was, mocht ik toekijken hoe een kies getrokken werd.
De patient, een tanige bergbewoner, ging in de stoel zitten, deed zijn mond open en wees de boosdoener aan.Over verdoven werd gewoon niet gesproken.

De tandarts zette zich schrap en de kies brak af, waarna hij een incisie in het tandvlees moest maken om die verdomde kies met wortel en al uit te kunnen roeien.

Omdat hij deze complicatie niet voorzien had trad hij vanachter zijn schotje tevoorschijn en riep om assistentie naar de overkant . De handelaar in tapijten liet zijn zaak in de steek, stak de straat over en assisteerde bekwaam en geroutineerd bij het vrijhouden van het operatiegebied, zodat het uitzicht niet door al dat bloed gehinderd werd. Want bloeden deed hij. Als een rund. Krakend gaf de kies zich over en de dentist toonde hem mij met gepaste beroepstrots. Daarna wierp hij de tand naast een plastic emmertje dat daarvoor op de grond stond.
Tussen de bedrijven door keek ik gebiologeerd naar de eeltige handen van de Nepalees die gedurende de hele operatie volkomen ontspannen op de armleuning van de tandartsstoel bleven rusten.

De Nepalees stond op, betaalde wat rupees, spuwde een straal bloed in het emmertje waarvan een gedeelte ook in het emmertje terecht kwam en verdween.

Ik vroeg de "tandarts" of de wond in de kaak niet gehecht moest worden, maar deze onzinnige vraag wuifde hij met een loom handgebaar weg. Daarna nodigde hij mij uit in zijn stoel plaats te nemen voor een controle van mijn gebit. "Good price sir."

Na mijn beleefde weigering nam zijn assistent me mee naar zijn winkeltje aan de overkant en liet me een keur van prachtig tapijten zien.

© Mark van Roosmalen