Column 2: Vakmanschap

Het gezicht in een smartelijke plooi getrokken. In haar armen een kind. De moeder maakt het internationale "eten" gebaar. Ik zie een gouden hoektand blinken. Het kind strekt een armpje naar me uit. Het handje is schurftig. De oogjes zijn ontstoken. Gottegot, wat een ellende.
De moeder wiegt het kind en kust het zacht en strekt dan een vragende hand naar me uit.

Mijn nuchtere verstand wijst me vergeefs op de bolle wangetjes.
Als de moeder roept "No money, no money, Milk!! Milk!! " slaat de twijfel toe. Iemand die geen geld wil, maar eten, moet er wel érg aan toe zijn. Moeder en kind voelen dat de vis aan het aas snuffelt. Het kind strekt twee handjes naar me uit. Te vies om aan te pakken en de moeder slaat haar ogen ten hemel en krijst "Milk" en duwt me richting winkeltje waar de Nepalese uitbaatster met walging het tafereel gadeslaat. Ik besluit het blikje melkpoeder te kopen dat op de toonbank staat. Helaas is het leeg en bovendien uitverkocht. Dan maar een twee-literblik. De winkelierster beloont mijn weldadigheid met een sympathiek lachje en ik voel me, voor de prijs van twee euro, een goed mens.
De moeder neemt afscheid onder hartsmeltende dankbetuigingen en ik ga zelfvoldaan op het terrasje tegenover de winkel zitten. Deed iedereen maar zoals ik.

Na tien minuten zie ik dezelfde bedelaarster de winkel binnenlopen, het blik melkpoeder op de toonbank zetten, het geld in ontvangst nemen en naar buiten lopen alwaar zij zich met kwijnend kind hartverscheurend aan een geschokte Europeaan vastklampt.

© Mark van Roosmalen